Outcome

 

Behoefteanalyse

Een behoefteanalyse is nodig om na te gaan waar de training nodig is, wat er geleerd moet worden en wie er getraind moet worden. Hierdoor wordt het mogelijk de trainingsdoelen te specifiëren, dewelke op zijn beurt het design van de training en het proces van criteria-ontwikkeling zal bepalen. Er is meer kans dat er geleerd wordt en dat dit daadwerkelijk een verandering in de praktijk teweeg brengt als er een behoefteanalyse werd uitgevoerd. Daarnaast kan het belangrijk zijn dat medewerkers worden betrokken in de ontwikkeling van de training omdat het een mechanisme is om ‘ownership’ te verkrijgen, hetgeen een vitaal component is van het onderhouden en generaliseren van getrainde vaardigheden op lange termijn.

Op basis van reeds bestaande vragenlijst van Hicks et al (2008) en TeamSTEPPS wordt een vragenlijst opgesteld en online geplaatst. Aan alle Vlaamse ziekenhuizen werd gevraagd deze vragenlijst door te spelen aan hun afdelingen verloskamer, spoedgevallen, intensieve zorg en operatiekamer.

De resultaten van deze vragenlijst zullen worden aangewend om de training op de behoefte van de zorgverleners af te stemmen qua vorm en inhoud

Voor- en nameting

Om het effect van het CRM-trainingsprotocol na te gaan zal een effectmeting worden uitgevoerd.

  • Primaire outcome

We willen nagaan of onze interventie een effect heeft op de kwaliteit van niet-technische vaardigheden van multidisciplinaire teams. De Clinical Teamwork Scale (CTS) zal hiervoor als meetinstrument gebruikt worden. In een voor- en nameting zal per deelnemende afdeling een onverwacht scenario worden uitgevoerd. Daarbij zal het onderzoeksteam op een onverwachte moment voor de deelnemers een bepaalde urgentie laten uitvoeren door het multidisciplinaire team. De uitvoering zal worden opgenomen middels video- en audiomateriaal. Daarna zal het teamwerk worden beoordeeld middels de CTS door een beoordelaar die geblindeerd is voor de status (voor- of nameting) van de afdeling.

  • Secundaire outcome

Het effect van de CRM training op de verschillende dimensies van het veiligheidsklimaat binnen urgentie afdelingen zal eveneens worden gemeten. Daartoe zal de Nederlandse versie van de Safety Attitudes Questionnaire (SAQ) bij de voor- en nameting worden ingevuld door de zorgverleners van de deelnemende afdelingen. Daarnaast zal de attitude van de zorgverleners in kaart worden gebracht middels de Human Factors Attitude Survey (HFAS). Aanvullend zal middels 360° feedback zowel kwantitatief als kwalitatief worden nagegaan of er een gedragsverandering is, en in welke mate deze verandering te wijten is aan de interventie.